De kosten voor de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) zijn sinds 2019 flink gestegen. Omdat de rijksoverheid deze kosten onvoldoende compenseert is ons college genoodzaakt naar kostenbesparende maatregelen te kijken. GroenLinks betreurt deze stap maar vindt deze tegelijkertijd begrijpelijk.

Uit onderzoek van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) blijkt namelijk dat voor het jaar 2019 het aantal cliënten, dat gebruik maakt van de huishoudelijke hulp, met 12,7% is toegenomen. Het onderzoek toont een sterke groei aan in het beroep op de Wmo die zich vooral manifesteert in hogere inkomensgroepen. Ter illustratie: uit het landelijke onderzoek blijkt dat bij de laagste inkomensgroep de groei in vraag ongeveer 0% is, bij de hoogste inkomensgroepen loopt dit op tot bijna 80%.

De reden voor de toename van het gebruik onder de hogere inkomensgroepen is dat er sinds 2019 geen beperkingen qua inkomen meer zijn bij de aanvraag voor een Wmo-voorziening. Elke inwoner die hiervoor in aanmerking komt, betaalt een vast bedrag van 19 euro per maand, ongeacht het inkomen. Dit is het zogeheten abonnementstarief. Ondanks stevig protest van de VNG en veel gemeenten heeft de rijksoverheid toch besloten dit abonnementstarief in te voeren. Vanaf 2019 dienen veel meer hogere inkomens een Wmo-aanvraag in, die voorheen een flinke eigen bijdrage hadden moeten betalen voor een voorziening. In het verleden, voorafgaand aan de invoering van het abonnementstarief in 2019 zagen zij daarom vaak af van een aanvraag. In Voorschoten is het Wmo-budget vanaf de invoering van het abonnementstarief met ongeveer 700.000 euro gestegen. Willen we voorkomen dat deze extra kosten verhaald gaan worden op bijvoorbeeld sport- en culturele voorzieningen, of leiden tot een verhoging van de OZB, moet er iets gebeuren.

Omdat het huidige kabinet weigert de kosten te compenseren is voor veel gemeenten en de VNG de grens bereikt. De VNG roept daarom gemeenten op om maatregelen te treffen waarmee het mogelijk wordt de Wmo-zorg te richten op de kwetsbare bewoners die deze zorg nodig hebben en niet zelf kunnen bekostigen. De VNG ondersteunt gemeenten met het invoeren van deze maatregelen. 

In lijn met deze oproep stelt het college voor om draagkrachtige mensen te vragen om de Wmo-voorziening zelf te betalen. Met dit morele appèl wordt cliënten gevraagd om vrijwillig af te zien van de Wmo-voorziening. De cliënt moet wel de zorg zelf kunnen organiseren. Met het moreel appèl wordt duidelijk gemaakt dat onnodig gebruik van de maatwerkvoorzieningen, ten koste kan gaan van andere mensen die het echt nodig hebben en de zorg niet zelf kunnen betalen. Dit moreel appèl zou dan gaan gelden voor mensen met een inkomen boven de 200% van het wettelijk minimum inkomen. Dat is ongeveer een bruto inkomen van 40.000 euro op jaarbasis. Dit voorgestelde inkomen is een hogere grens dan de aangegeven grens van de VNG van 150%. GroenLinks kan zich vinden in deze hogere grens van 200%. Door een hogere grens te stellen is er hopelijk meer draagvlak onder onze inwoners aan wie dit moreel appèl is gericht. Uiteindelijk blijft het een afweging van de individuele aanvrager om al dan niet op dit morele appel in te gaan. Om rechtsongelijkheid te voorkomen is het voor GroenLinks essentieel dat dit punt met de aanvrager goed gecommuniceerd wordt. De aanvrager hoeft niet op het moreel appèl in te gaan, het is vrijwillig.

Uiteraard is het voor GroenLinks van belang dat de maatregel voldoet aan de wet. De Wmo is immers bedoeld voor iedereen ongeacht het inkomen. De VNG stelt dat het hebben van een inkomen bijdraagt aan de zelfredzaamheid. In het Wmo-onderzoek wordt altijd de mate van zelfredzaamheid van de cliënt onderzocht. De financiële draagkracht is daarvan een onderdeel. Zolang de financiële situatie op zich geen afwijzingsgrond is, is het voorstel volgens de VNG rechtmatig. 

Tot slot, omdat onze inwoners geen gehoor hoeven te geven aan het moreel appèl valt op dit moment ook niet hard te maken of daadwerkelijk op deze wijze bezuinigingen mogelijk zijn. Om die reden zien we het voorstel van het college als een proefproject. Hopelijk wordt in ieder geval de trend van stijgende uitgaven gekeerd. Mocht het niet werken dan zal het college over een jaar naar andere mogelijkheden moeten kijken maar wellicht is een nieuw kabinet dan inmiddels tot inkeer gekomen en worden de signalen van gemeenten wel serieus genomen.

 
Back To Top