Hij was het oudste lid van het Voorschotense voetbal. Hij heeft talloze Voorschotense jongetjes getraind en begeleid. Een mensen-mens die zich ook inzette voor hen die het moeilijk hadden. Die alles uit de kast haalde voor een Indië-monument in het dorp en daar ook in slaagde. Afgelopen 4 maart overleed Bob Vonk op 92-jarige leeftijd. Een icoon in het Voorschotense.

Maar Bob is hier niet geboren. Hij kwam op 6-jarige leeftijd, in 1929, van Aerdenhout naar Voorschoten. Pas zes jaar later ging zijn wens in vervulling: voetballen bij Rouwkoop. Dat kostte 35 cent inleggeld en 10 cent contributie. Een heel bedrag destijds.

Tijdens de oorlogsjaren werd Bob als dwangarbeider naar Berlijn gestuurd maar hij ontsnapte en dook onder in Noord-Holland. Direct na de oorlog meldde hij zich als vrijwilliger voor Nederlands-Indië. Vol idealisme vertrok hij om vier jaar later volledig gedesillusioneerd terug te komen. Hij had veel meegemaakt in een oorlog die Nederland maar liever snel wilde vergeten. Dat zijn gesneuvelde kameraden nooit werden herdacht, stak hem en Bob was een van de initiatiefnemers voor het Indië-monument bij de Dorpskerk. Apetrots was hij toen de namen van zijn makkers jaren later op het nieuwe herdenkingsmonument stonden.

Het voetballen heeft altijd een grote plek in zijn leven ingenomen. Op zijn naam staat het record van het langst betalende lid: 81 jaar. Bob had een fotografisch geheugen en verhaalde graag over zijn vroegere voetbalbelevenissen. Onder andere tegen Hans Douw van Voorschoten’97. “Wij hadden een geweldig team destijds, met mannen als Harry Makkink, Rinus van Berne, Cor Douwes, Nol van Beek, Nico van der Krogt, Casper van Damme en Teun Nasveld.”

Ook zijn gezin werd door het voetbalvirus aangestoken. Zoon Ron speelde en was secretaris, schoondochter Manon fotografeerde en kleinzonen Bart en Robbert staan nog steeds op het veld. Jongste kleinzoon Niek is gestopt met voetballen. Bob was er altijd bij. Zelf was hij tot op hoge leeftijd nog rapporteur van de KNVB.

Minder bekend is dat Bob zich ook inzette voor de Stichting Weerwerk en de bootvluchtelingen uit Vietnam. Hij probeerde de mensen die in dit verre Nederland aan waren gekomen aan het werk te zetten. Eén van zijn projecten was het Pontje bij de Blauwe Brug over de Vliet. Bob kreeg voor zijn werk een Koninklijke Onderscheiding.

Maar hij zal vooral herinnerd worden als de ras-optimist. De ‘Bob zonder zorg’ die altijd in was voor een grapje, een gulle lach en een klap op de schouder! De uitvaart heeft inmiddels, onder grote belangstelling, plaatsgevonden.